STUREN VAN UREUM MET BIJPRODUCTEN IS MOGELIJK
Bij de omzetting van eiwit in het maagdarmkanaal (of in het lichaam) van de koe wordt ammoniak gevormd. Wanneer deze ammoniak niet benut kan worden, wordt het opgenomen in het bloed. Ammoniak is echter een giftige stof voor de koe, dat in de lever wordt omgezet in het veiligere ureum. Het ureum wordt vervolgens weer door de lever aan de bloedbaan afgegeven. Omdat ureum een goed oplosbaar, klein molecuul is, verdeelt het zich vanuit het bloed over de diverse lichaamsvloeistoffen (onder andere bloed, urine en melk).
Hoewel het meeste ureum met de urine wordt uitgescheiden, is er een sterk verband tussen de ureumconcentratie in urine en de ureumconcentratie in melk. Dit verband is de directe aanleiding voor het gebruik van melkureumgehaltes in de mestwetgeving als indicator van de hoeveelheid stikstof (ureum) die met de urine wordt uitgescheiden.
Sturen met bijproducten
In grasrijke rantsoenen, waarin het OEB-gehalte hoog uitvallen, kan men corrigeren
met energierijke producten. Verbetering van de N-efficiëntie in de dikke darm betekent dat het vastleggen van eiwit in dit deel van het spijsverteringskanaal moet worden gestimuleerd. Inzet van specifieke voedermiddelen als Perspulp (OEB –72), Aardappelpersvezel (OEB –75) en Aardappelsnippers (OEB -14) in rantsoenen met veel vers gras bieden mogelijkheden.
Maïsrijke rantsoenen hebben vaak te maken met een laag OEB gehalte. Bierbostel (OEB
36) en Corngold (OEB 19) hebben dankzij hun positieve OEB een corrigerend effect.
Lees het volledige artikel over hoe te sturen met bijproducten…..