Ga naar MijnBeuker.nl » U bevindt zich momenteel op de website van Beuker

WAT GEBEURT ER MET MIJN PRODUCT NA INKUILEN?

Stapelbare bijproducten kunnen worden ingekuild, op een vergelijkbare wijze als gras- of snijmaïskuil. Het kuilproces is gebaseerd op verzuring van het product door
melkzuurbacteriën. Het betreft hier een natuurlijke methode. Het enige organisme voor het welslagen van de conservering is de melkzuurbacterie, omdat deze melkzuur produceert en zorgt voor een snelle pH-daling. 

Het fermentatieproces
Door de kuil voor te drogen, de kuil goed aan te rijden en luchtdicht af te sluiten, worden optimale omstandigheden gecreëerd voor de melkzuurbacteriën. Melkzuurbacteriën gaan vervolgens groeien, waarbij ze suikers gebruiken als voedingstof. Tijdens de bacteriegroei wordt melkzuur gevormd. Wat een dalende pH betekent. Een goed geconserveerde kuil heeft een pH van 4 tot 4,5. Deze lage pH remt de groei van ongewenste bacteriën zoals boterzuur- en rottingsbacteriën. Op een gegeven moment ontstaat er een evenwicht, waarbij de pH constant blijft en bacteriën in de kuil niet meer actief zijn. Over het algemeen duurt dit conserveringsproces 3 tot 6 weken. Wanneer de omstandigheden voor het inkuilen niet optimaal zijn kan het kuilproces enigszins worden gestuurd. Dit kan worden gedaan door het toevoegen van zuren, zouten, suikerhoudende producten en bacteriemengsels. Zuren zorgen voor een directe pH-verlaging. Zouten zorgen ervoor dat de pH minder hoeft te dalen voor het verkrijgen van een stabiele kuil. Suikerhoudende producten dienen als voedingsbodem voor melkzuurbacteriën, terwijl bacteriemengsels direct zorgen voor een snelle pH-daling.

Bacteriën
Na het openmaken van de kuilen kunnen, onder invloed van lucht en schimmels,
bepaalde groepen bacteriën tot ontwikkeling komen. Zij gebruiken koolhydraten en ook organische zuren tijdens de groei. Dit heeft een temperatuursstijging en voederwaardeverlies tot gevolg. Dit verlies kan worden voorkomen door een voldoende hoge voersnelheid en door de kuil na het uithalen weer te sluiten. Bij een matige conservering ontkiemen de sporen van de boterzuurbacteriën die zich vervolgens sterk vermeerderen. Bij het openmaken van de kuilen kunnen lokaal condities ontstaan, waarbij de sporenconcentraties toenemen. Het aantal sporen is sterk afhankelijk van het resultaat van de goede conservering. In alle producten, waarbij de conservering en bewaring niet goed verlopen zijn, kunnen veel sporen van boterzuurbacteriën voorkomen.

Clostridia bacteriën gedijen het best in zeer natte kuilen. Dit resulteert in een afbraak
van eiwit, droge stof en de productie van toxines. Het streven is een droge stofgehalte van 40%. Indien het droge stof percentage lager is dan 30-35%, is het verstandig om extra zorgvuldig in te kuilen. Bij nattere producten is meer melkzuur nodig om een stabiele kuil te krijgen.
Een andere groep van ongewenste bacteriën zijn de entero-bacteriën. Deze bacteriën
fermenteren suikers en produceren hoofdzakelijk azijnzuur en zorgen daardoor voor hogere droge stof- en energieverliezen dan melkzuurbacteriën. Deze bacteriën worden geremd bij een pH lager dan 5. Een snelle verzuring van de kuil voorkomt dus overmatige groei van entero- bacteriën.

 

« Terug naar overzicht

Partners:
  • AgroBioSource
  • Covaco
  • Robi Droge Diervoeders
  • Triferto
Keurmerken:
  • Trust Feed
  • GMP Safety